In de “Wet educatie en beroepsonderwijs” staat een definitie van de BBL (artikel 7.2.7 lid 4). Daarbij geldt dat er voor de deelnemer een onderwijsprogramma verzorgd wordt. Dit studiejaar bevat minstens 850 uren, waarvan ten minste 200 begeleide onderwijsuren en minstens 610 uren beroepspraktijkvorming. In de BBL maakt het praktijkdeel dus een groot onderdeel uit van het totale studietraject.

BBL zonder arbeidsovereenkomst, wel of niet?

Uit de bovenstaande omschrijving wordt door sommige opleiders geconcludeerd (of geadviseerd) dat een leerbedrijf niet wettelijk verplicht is de leerling een arbeidsovereenkomst aan te bieden. Leerbedrijven doen er goed aan een dergelijk advies niet op te volgen. Het Burgerlijk Wetboek (artikel 7:610a) geeft namelijk aan dat wanneer de werknemer (in geval van BBL, de leerling) gedurende ten minste 3 maanden wekelijks dan wel gedurende minstens 20 uur per maand heeft gewerkt er een (weerlegbaar) rechtsvermoeden is ontstaan van een arbeidsovereenkomst.

Voorbeeld

De BBL opleiding – in bijvoorbeeld een bakkerij – brengt met zich mee dat er wekelijks productieve arbeid wordt verricht. Dit gebeurt onder een gezagsverhouding van het leerbedrijf of werkgever. Het leerbedrijf is bij aanvang van het BBL-traject een salaris verschuldigd op basis van (ten minste) salarisschaal 1, voor zover de taken en verantwoordelijkheden overeenstemmen met de betreffende functie.

Het bieden van een BBL-contract aan jonge medewerkers heeft verschillende voordelen. Zo is de wettelijke regeling niet van toepassing op de arbeidsovereenkomst. Medewerkers met een BBL-contract kunnen namelijk hun opleiding afmaken zonder dat de werkgever ze in vaste dienst moet nemen. Bovendien kunnen redelijke kosten van een BBL opleiding (niet loon), opgebouwd in de periode van de opleiding, in mindering worden gebracht op de transitievergoeding. Voorwaarde hiervoor is dat de arbeidsovereenkomst niet binnen een halfjaar na afronding wordt voortgezet. Tenslotte sluit een BBL-constructie goed aan bij de levensmiddelenbranche, die al sinds jaar en dag leerlingen en studenten voorziet van de eerste werkervaring.

Tip 1: Zorg voor een goede arbeidsovereenkomst

Werkgevers verzuimen regelmatig een schriftelijke arbeidsovereenkomst met de medewerker te sluiten waarin uitdrukkelijk een verband is gelegd met de leerovereenkomst. Soms is er alleen een door de werkgever ondertekende leerovereenkomst. Bijvoorbeeld een A4’tje van het opleidingsinstituut met leer-werk-voorwaarden over de duur van de opleiding. In deze overeenkomst staan niet de arbeidsrechtelijke afspraken die je als werkgever met de BBL-medewerker wilt maken. Ook komt het geregeld voor dat een medewerker een zelfstandige arbeidsovereenkomst krijgt die doorloopt naast de BBL leer- en arbeidsovereenkomst. Die zelfstandige arbeidsovereenkomst heeft een andere doorlooptijd, wat kan leiden tot moeilijkheden bij beëindiging van het dienstverband.

Tip 2: Een BBL-contract is een arbeidsovereenkomst

De werkgever kan de overeenkomst alleen tussentijds opzeggen onder dezelfde voorwaarden als bij een gewone arbeidsovereenkomst. Extra mogelijkheid voor het opzeggen is als de leerovereenkomst tussentijds eindigt. Dit moet dan wel duidelijk in het BBL-contract worden opgenomen. Voorwaarde is verder dat de leerovereenkomst niet makkelijk door de werkgever kan worden beëindigd.

Tip 3: Let op de duur van het contract

Omdat een opleiding lang kan duren en de arbeidsovereenkomst wordt gesloten vanwege de opleiding, kan het opleidingsinstituut ermee instemmen dat de werkgever een BBL-contract aangaat voor een kortere periode dan de opleiding duurt. De duur van de leerovereenkomst moet aansluiten op de arbeidsovereenkomst.

Tip 4: In dienst en dan BBL-opleiding

Als je als werkgever besluit een werknemer met een lopend arbeidscontract tot een BBL opleiding toe te laten, zorg er dan voor dat de lopende overeenkomst eindigt en wordt vervangen door een nieuw BBL-contract. Zo ontstaan er geen onduidelijkheden over de arbeidsovereenkomst wanneer het traject afloopt.

Een uitzondering is natuurlijk als het juist de bedoeling is dat er twee arbeidsovereenkomsten naast elkaar bestaan, bijvoorbeeld voor extra oproep- of vakantiewerk bovenop het BBL-contract. Let dan goed op dat afspraken aansluiten bij wetgeving en cao-afspraken.